Taalontwikkeling

Taal wordt de hele dag door gebruikt. De leidster gebruikt taal op verschillende momenten en met verschillende functies. Soms is de taal puur functioneel en op een ander moment kan taal worden ingezet vanuit een sociaal oogpunt: gewoon gezellig kletsen met een kind om samen contact en/of plezier te hebben. Op momenten dat een kind vol concentratie bezig is, onthoudt de leidster zich van taal om het kind niet te storen.

De volgende manieren van taalontwikkeling komen vaak voor bij Mickey:
   -   Er wordt veel met kinderen gecommuniceerd. Peuters worden volop uitgenodigd om zelf taal te
        gebruiken. De leidsters vullen niet alles voor het kind in.
   -   Kinderen praten onderling veel met elkaar.
   -   De leidster verwoordt veel aan de kinderen van wat ze doet en wat ze de kinderen ziet doen.
   -   De leidster benoemt door de dag heen allerlei objecten. Bij elk thema leren peuters weer nieuwe
        woorden.
   -   De leidster leest de kinderen vaak voor.
   -   Er wordt met de kinderen gezongen.
   -   Kinderen krijgen (korte, duidelijke) opdrachten van de leidster.
   -   De leidster stelt vragen aan de kinderen.

Voorbeelden van talige werkjes/activiteiten: 
   -   Kaarten met foto's of tekeningen passend bij het thema. De afbeeldingen worden benoemd. 
   -   Kaarten met foto's of afbeeldingen die rijmen, bijvoorbeeld een foto van een boot en noot.
   -   Een mandje met voorwerpen die stuk voor stuk worden benoemd.
   -   Praten over een praatplaat.

Deze website is gerealiseerd door Heutink ICT